Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Het is weeral vier jaar geleden dat het bisdom van Breda in januari 2007 de beleidsnota ‘In de duizend gezichten van Uw volk’ presenteerde. Na de presentatie heeft het bisdom aanpassingen voorgesteld in de organisatie van parochies. Er werd gestart met het inventariseren van wat er leefde in de parochies en hoe actief en ‘levensvatbaar’ de plaatselijke gemeenschappen zijn. In april 2011 verscheen de ‘Regeling voor de organisatorische inrichting van het samenwerkingsverband’. Het doel van deze ‘reorganisatie’ is het vitaliseren van de plaatselijke kerken, de gemeenschappen klaar te maken voor de toekomst.
We zijn ondertussen maart 2012. In onze regio zijn de parochies in Oost Zeeuws-Vlaanderen per 1 januari 2012 samengegaan in de nieuwe parochie ‘Maria Sterre der Zee’. In de kanaalzone zijn de parochies sinds 1 januari 2003 samengegaan in de ‘Elisabethparochie’. Momenteel zijn de parochies in West Zeeuws-Vlaanderen nog aan het werk om te komen tot één parochie. Momenteel zijn er in Zeeuws-Vlaanderen nog 30 R.K. kerkgebouwen in gebruik, waarin vele werkgroepen, waaronder ook de koren actief zijn.
We weten allemaal dat in de zeer nabije toekomst veel van deze huidige kerkgebouwen onttrokken zullen worden aan de liturgie. Uit de media heeft iedereen kunnen lezen dat de Elisabethparochie met ingang van 1 januari 2013 nog wil kerken in drie kerkgebouwen.

De meeste parochies kennen een grote verscheidenheid aan koren: een dames- of herenkoor, een gemengd koor, een gregoriaanse schola, midden-, jongeren en kinderkoren. De benamingen van de verschillende koren suggereert een opbouw naar leeftijd van de koorleden. Maar in de praktijk verwijzen ze naar het soort repertoire dat het koor zingt: klassiek of populair, Latijn of Nederlands. Van doorstroming van het ene koor naar het andere is nog maar zelden sprake. De parochiële koren hebben echter - naast hun liturgisch-muzikale taak - ook een belangrijke sociale functie binnen de geloofsgemeenschap.
Wat is de plaats van de kerkmuziek en daarmee de plaats van de koren in de nieuwe parochie? Zit er muziek in?
De nieuwe parochie kan bij uitstek kansen bieden om de liturgische muziek in de kerken die onder de nieuwe parochie vallen een impuls te geven, zodat de liturgie die we vieren aantrekkelijk, wervend en verzamelend kan zijn. Daarvoor is het ook nodig om een toekomstvisie te ontwikkelen waar alle werkgroepen, dus zeker ook de koren in betrokken worden.
De teruggang van het kerkbezoek en de stijging van de gemiddelde leeftijd van de kerkgangers heeft helaas ook zijn weerslag op de kerkmuziek. Met veel inzet proberen alle koren een bepaald niveau te handhaven, maar op veel plaatsen is de toekomst onzeker. Bekwame dirigenten en organisten zijn steeds moeilijker te vinden. De minder goede honorering noopt vakmusici elders werk te gaan zoeken.
Bij het vormen van de nieuwe parochie/het onttrekken van kerken aan de liturgie is het aan te bevelen om direct de liturgie en de liturgische muziek onder de loep te nemen. Daarbij is het maken van een inventarisatie van koren, hun leeftijdsopbouw, van repertoire, dirigenten en organisten een belangrijk uitgangspunt. Het aantal vieringen en hun karakter zullen dan ook kritisch bekeken worden. Als er - wat te verwachten valt - minder vieringen zullen komen, zullen de consequenties daarvan voor de liturgische muziek van meet af aan meegenomen moeten worden in de plannen.
Bij de invoering van de nieuwe parochie wordt een plan gemaakt voor de verschillende kerkgebouwen. Wanneer dit niet gebeurt, zullen er in de zeer nabije toekomst problemen ontstaan van personele bezetting en zeker ook op financieel vlak. Het is zeker niet uit te sluiten dat verschillende kerkgebouwen onttrokken zullen worden aan de liturgie, daarmee zullen ook de koren moeten verhuizen. Daarbij zal de vraag opkomen of sommige koren wellicht beter samen een nieuw koor kunnen vormen. Een eventuele fusie van koren vraagt om respect en de nodige zorgvuldigheid. In het geval dat bestaande kerkgebouwen een aanpassing krijgen in de inrichting, kan het nodig zijn (of kansen bieden) om te zoeken naar een andere, meer geschikte koorplaats. De beschikbare orgels behoren evenzeer tot het cultureel erfgoed als de kerkgebouwen. Voor de instrumenten is een inventarisatie en een (onderhouds-)plan noodzakelijk, om in de toekomst niet voor verrassingen komen te staan.
Een nieuwe start biedt de aanleiding om de bestaande praktijk even los te laten en een gezamenlijke toekomstvisie te ontwikkelen. Wat zijn de mogelijkheden?
Welke muziek klinkt er over tien jaar in onze kerk en wie zingt en speelt die muziek?
De volgende vragen en uitgangspunten, die mede gebaseerd zijn op de inzichten van het Tweede Vaticaans Concilie, kunnen helpen om een goed beleid voor de toekomst te ontwikkelen.
1. Liturgische muziek is zelf liturgie.
In vroeger dagen werd de mis gezongen tijdens de plechtige liturgie, nu zingen we de liturgie. De repertoirekeuze is afhankelijk van de betreffende (feest)dag. Alle gezangen vormen een integrerend deel van de liturgie. De afwisseling tussen gesproken gedeelten en (samen)zang, en de bijdragen van de verschillende functionarissen (priester/voorganger, lector, cantor/koor, organist, acolieten, de gemeenschap) verlevendigen en intensiveren de viering.
2. Door samen te zingen in de liturgie wordt God lof gebracht en wordt het gemeenschapsgevoel en de communicatie tussen de gelovigen bevorderd. De gemeenschap kan meezingen in de gezangen die voor samenzang bedoeld zijn, waarbij het koor of de cantor de voortrekker van de zang is.
3. Liturgische muziek mag veelkleurig zijn. Kerkgangers en koorzangers moeten zich thuis kunnen voelen in de viering. Er kan een veelkleurig repertoire gezongen worden dat beantwoordt aan de “couleur locale” van de eigen kerk. Maar wat er ook gezongen wordt: de muziek en de teksten dienen (zowel literair als theologisch) van goede kwaliteit te zijn en aan te sluiten op het rituele verloop van de liturgie.
4. Tussen traditie en vernieuwing is een schat aan goede, mooie muziek te vinden.
De “oude” muziek heeft zijn waarde bewezen, en is voor velen een drager van hun geloofsbeleving. Tegelijkertijd is er veel moois in de nieuwere muziek te vinden: gezangen die eveneens aansluiten bij de geloofservaring van kerkgangers en koorzangers en die een eigentijds muzikaal geluid laat horen.
5. Om dit alles te bereiken zijn goed opgeleide, bekwame musici nodig.
Kerkmuziek is een vak: er zijn talrijke opleidingen op verschillende niveaus. Het is te wensen dat het parochiebestuur ook in deze aan de toekomst denkt en de opleiding van dirigenten en organisten wil bevorderen en steunen.
6. De cantor
In de toekomst zal het niet altijd mogelijk zijn een koor op niveau te handhaven. Er zullen vaker vieringen met volkszang zijn. De cantor, die daartoe opgeleid is, kan de volkszang leiden.
7. Tenslotte: Kerkmuziek kost geld. Een kerkmusicus behoort een contract met het daaraan gekoppelde honorarium en een goede rechtspositie te krijgen. Ook componisten en uitgevers behoren te krijgen wat hen toekomt: illegale kopieën zijn diefstal! Gelukkig brengt goed verzorgde kerkmuziek ook geld op. Een kerk met een levendige koor- en muziekpraktijk stimuleert het kerkbezoek en de collecteschaal!
Zodra de uitgangspunten voor het beleid zijn vastgesteld kan de plaatselijke situatie
geïnventariseerd worden. Op grond daarvan kan een concreet plan van aanpak ontwikkeld worden.
Hier vindt u een vragenlijst die daarbij kan helpen. Iedere verandering, of het nu een fusie of een verhuizing is, doet de emoties logischerwijs hoog oplaaien, ook bij koren! Het is soms moeilijk het hoofd koel te houden. Aan het parochiebestuur is de taak ruimte en een draagvlak te 'kweken' voor de noodzakelijke veranderingen en daartoe de betrokkenen (koorbesturen, voorgangers, kerkmusici, werkgroepen) met elkaar in gesprek te brengen. Wat is het meest ideale model, een situatie die voor iedereen acceptabel is?
Hoe kunnen krachten worden gebundeld? Hoe kan de toekomst vorm krijgen: voor kerkmusici, koren, het repertoire, etc. En hoe kan dat alles verwezenlijkt worden?

Reacties